|
Plaatsgenoot Gerrit van der Bosch stopte kort geleden om persoonlijke redenen, met zijn wethouderschap. We moeten zoiets respecteren en hij kan er zelf ook niets aan doen dat de wet hem vervolgens nog eens zo’n 12.000 euro aan wachtgeld meegeeft. Henk van Hooft, een goede bekende van mij, werd zijn plaatsvervanger. Vanwege deze geboren Brabander besloot ik weer eens een raadsvergadering bij te wonen.
Raadsleden zijn vrijwilligers. Net als bestuurders van allerlei soorten verenigingen doen ze het voor hun plezier en principes. Voor elke vrijwilliger neem ik diep mijn petje af, zelf probeer ik ook mijn steentje bij te dragen. Zonder kunnen we niet en ze worden lang niet allemaal betaald zoals de gemeentelijke vrijwilligers. Daar tegenover staat dat deze meer verantwoordelijkheid dragen. Die verantwoordelijkheid drukt zwaar, dat zie je al direct bij hun opkomst. Grote fronzen op het voorhoofd, pakken papier onder hun arm en kennelijk gebukt onder de zware last, betreden ze de arena. Van de gezichten is af te lezen dat ze zich niet de kaas van het brood laten eten.
Iedere ontmoeting wordt handenschuddend begonnen, iemand overslaan is verboden. Tijdens de procedure om de nieuwe wethouder te installeren, merkt burgemeester Broertjes olijk op, dat er aan een aantal wettelijke eisen moet worden voldaan. Of daar ook dat handje schudden bij hoort, weet ik niet. Wanneer de nieuwe wethouder de eed heeft afgelegd en is gefeliciteerd, komt het volgende punt van de agenda onherroepelijk aan de orde. Als onvoorbereid bezoeker begrijp ik weinig van het onderwerp, maar verdenk de aanwezige raadsleden er van, dat ze direct een onuitwisbare indruk op de nieuwe wethouder willen maken. Oh, oh, wat zijn we belangrijk, willen ze mij en deze nieuweling duidelijk maken. Wethouder Pit wordt het vuur na aan de schenen gelegd want ‘welk rekenmodel moet nu serieus genomen worden’, is de vraag. Na drie ronden en een schorsing wordt het collegevoorstel aangenomen. Het lijkt wel een repetitie van de amateurtoneelvereniging – ook dat zijn vrijwilligers. Maar ja, ik ben maar een leek en een buitenstaander en snap er blijkbaar helemaal niets van.
Misschien ben ik hiermee niet erg aardig voor deze ijverige vrijwilligers, maar mijn columns lezen ze toch niet. Althans, die indruk kreeg ik naar aanleiding van een vorig stukje dat ging over de Joodse begraafplaats. Nooit meer iets over gehoord.
Fred Fontijn |