|
In de periode dat vlaggenmasten, met vlag en schooltas, aangeven waar succesvol examen is gedaan, lees ik in de krant de eisen die aan nieuwe Nederlanders worden gesteld om hier toegelaten te worden. Ze moeten onder andere het Wilhelmus kennen. Niet helemaal, maar bijvoorbeeld de eerste drie coupletten. Moest ik deze test doen, dan zou ik zakken als een baksteen. Drie regels, dat red ik net. Het ergste is misschien nog wel, ik schaam me er niet voor. Wel schaam ik me regelmatig Nederlander te zijn als ik sommige politici hoor praten. Dat de kandidaat-Nederlanders onze taal kennen, lijkt me nuttig. Maar dat ze meer van dit land moeten weten dan wat er op scholen over wordt onderwezen, is wat veel gevraagd.
Hoeveel weten wij Nederlanders nou eigenlijk zelf over ons land of zelfs over onze provincie? Afgelopen maart was er op TV Drenthe, in het kader van de streektaal, een quiz over Drenthe en het Drents. Ik kon niet anders dan constateren dat de Drenten die er aan meededen maar bitter weinig over deze prachtige en oude provincie wisten. Als ‘Neie Drent’ wist ik vaak meer dan bijvoorbeeld een tweede kamer- of statenlid, die hier nota bene geboren en getogen is. Vaak zie je dat mensen die naar een nieuwe omgeving verhuizen, daar van alles over willen weten. Voor autochtonen is het anders, die verdiepen zich daar niet in, zij hoeven niet zo nodig op ontdekkingsreis. Alles is al spelenderwijs ontdekt, waardoor de feitenkennis minder ontwikkeld is.
Die TV-quiz lijkt wel op een herexamen, te vergelijken met auto- of motorrijexamens. Dat doe je één keer, slaagt met vlag en wimpel, gaat met dat rijbewijs op zak op weg en vergeet vervolgens de meeste verkeersregels weer snel. Het zou me niet moeten overkomen om daarvoor herexamen te moeten doen, ik vrees, dat het een ramp wordt. Als ‘Neie Drent’ ben ik intussen voor mijn examen geslaagd. Wel ben ik tegen de invoering van een Drents volkslied, en van mij hoeven nieuwe buitenlanders ook het Wilhelmus niet te kennen.
Fred Fontijn |