|
|
Vol verwarring, ongeloof en woede ging ik naar het lokale Rabobank filiaal in Smilde. Geen alledaagse combinatie voor mij, maar er was wel een goede reden voor. Tot twee keer toe was ik gebeld, met de mededeling dat er iets mis was met mijn creditcard. Door een paar vragen te beantwoorden zou het zijn opgelost. Natuurlijk viel dat bellen onder etenstijd, ik wilde er daarom snel vanaf. ‘Wat wilt u weten’, vroeg ik de dame in kwestie. Haar antwoord verbaasde me en een kriebel in mijn nek waarschuwde voor onraad. ‘Het nummer van uw pas’, was haar antwoord. Voor mij was het gesprek toen al over en dat vertelde ik haar. Hoe moest ik weten of dit ongure type iemand van de bank was? Constant worden wij argeloze burgers door de banken gewaarschuwd om nooit telefonisch ons banknummer af te geven. Daar houd ik me consequent aan.
Het gesprek werd afgebroken, haar laatste woorden klonken dreigend: ‘Als u het zo niet wilt dan regelen we het wel op een andere manier’. Een week later bleek dit ‘regelen’ via een brief te moeten gebeuren. Prachtig vervalst zelfs met het vignet van de bank er op. Maar: slecht Nederlands, zo schrijft een bank niet. Ook wel weer zo geraffineerd dat ik besloot mijn bank maar eens te bellen en te vragen of zij wel wisten dat er een overval werd gepleegd. Ze wisten van niks en of ik de brief bij de bank kon krijgen. Dat lukte mij. Zo zorgde ik er toch mooi voor, dat criminelen er niet met ons geld vandoor konden.
Niet veel later kreeg ik schoorvoetend te horen, dat na intern onderzoek was gebleken, dat het hier wel degelijk om een Rabobank-actie ging! Intussen ben ik door alle banken zodanig geïndoctrineerd dat ik het verdom om mijn ‘bankgeheimen’ telefonisch door te geven. Dus ging ik met getergde gevoelens op weg naar ‘Veenhoopsstaete’. Door de correcte aanpak aldaar kalmeerde ik wat. Ook daar verbazing, gevolgd door een onderzoek naar de juiste handelswijze. Er werd voor mij een oplossing gevonden. Toen alles achter de rug was werd ik nog gebeld door een regiomanager. Deze complimenteerde mij voor mijn optreden. Maatregelen waren al getroffen om binnenkort deze foute handelswijze te voorkomen. Jammer, dat ik daar niet voor zorgde, want dan had ik nog langer naast mijn schoenen gelopen.
Fred Fontijn |
|