|
Des te langer wij leven, hoe langer we belasting betalen. Daarom krijgen zestig plussers en andere zwakkeren in de samenleving een griepprik. We worden niet aan ons lot overgelaten, we vertegenwoordigen nog iets van waarde. Zo plofte er een aantal maanden geleden een uitnodiging bij mij op de mat, om mee te doen aan een fitheidtest. Voor slechts drie euro per persoon werden wij oudjes, doorgemeten. In makkelijke kleding en gepaste schoenen, mocht de Smildeger grijze golf op de pijnbank om er achter te komen of ze nog bewegen. Zaterdag 6 november j.l. was het zover, een week eerder was Beilen aan de beurt. Wanneer Westerbork zover is of was, is me niet bekend.
Eerst werd me gevraagd om naar waarheid een formulier in te vullen, waarna aansluitend onmiddellijk mijn bloeddruk werd gemeten. Dat was schrikken, meer voor de vrijwilligster die mij trof dan voor mezelf, ik ben intussen wel wat gewend. Veel te hoog bleek, en om ieder risico te vermijden werd ik eerst naar één van de twee artsen gestuurd, om te bezien of mijn fitheid van dien aard was, dat ik wel of niet mee mocht doen. Binnen vijf minuten was de bloeddruk echter al weer tot aanvaardbare hoogte gedaald. Ik kon mijn gang gaan.
Als eerste bewegende activiteit, stond knieheffen op het programma, daarna werd mijn knijpkracht gemeten, mocht ik rode damstenen verplaatsen, knipogen naar een rood lampje, gewichtheffen, armen achter mijn rug brengen, vanuit zit een pylonnetje ronden, met gestrekte benen een schuif zo ver mogelijk vooruit duwen en zes minuten wandelen. Tussendoor werd ik nog gewogen en mijn lengte gemeten, met schoenen uit. Met een kaart vol resultaten, waaruit door mij niets viel op te maken, schoof ik na ongeveer anderhalf uur aan een tafel, waar het eindoordeel geveld werd. Net als vroeger op school: alles gemiddeld. Een zes was voor mij toen meer dan genoeg. Ook dit keer dus.
Met deze wetenschap moest ik het verder zelf maar zien. Tennissen doe ik wekelijks, dat is al meer dan menig leeftijdgenoot doet. Misschien is het verstandig om er nog wat bij te doen. Mevrouw Fontijn en ik denken daar nog even over. Voorlopig zullen we nog wel even aan onze belastingverplichtingen blijven voldoen, dit ter geruststelling voor de gemeente.
Fred Fontijn |