|
In de jaren zeventig werd er een volkstelling gehouden, elke inwoner van Nederland kreeg een lange vragenlijst voorgelegd. Nee, niet digitaal, zover waren we toen nog niet. Een storm van protest ging aan deze telling vooraf. Nu was protesteren in die tijd dagelijks werk en deze opstelling was dus wel te verwachten. Zelf was ik nooit zo protesteerderig, maar nu was het mijn beurt, ik sloot me bij het protest aan, mijn privacy was mij heilig. Daarom verscheurde ik de papieren, die vervolgens in de vuilnisbak verdwenen.
Daarmee sloot ik me bij een ruime meerderheid aan, vastberaden bleef ik dan ook bij mijn besluit. Met dreigementen, tot en met gevangenisstraf aan toe, probeerde de overheid druk te zetten om de mening te veranderen. Dat lukte, om mij heen haakten protesterende medestanders bij bosjes af en ik voelde me steeds eenzamer, de twijfel begon te knagen. Wel, niet, wel, nee natuurlijk niet. Nog een klein zetje en ik vulde keurig mijn vragenlijst in. Niet helemaal: een aantal cruciale vragen sloeg ik over en daar was ik nog trots op ook.
Vorige week las ik in het Dagblad van het Noorden, dat een onderzoek naar nierziekten, door het UMCG, werd gesaboteerd door een briefschrijver. Deze brieven werden gestuurd aan deelnemers aan het onderzoek, zij werden gewaarschuwd voor mogelijke besmetting met vieze naalden. Een treurige daad van iemand die, naar mijn gevoel, heel ziek moet zijn. Treurig voor het onderzoek en slecht nieuws voor mensen met een nierziekte. Misschien vestigden ze hun hoop hier juist op.
Eén van de deelnemers was over de gang van zaken nogal verbolgen, niet vanwege de sabotage maar wel omdat zijn privé-gegevens zomaar in die brief terecht waren gekomen. Tja en dat is natuurlijk veel belangrijker dan een geslaagd onderzoek. Volgens mij is dat niet zo, maar gelukkig mogen meningen verschillen. In tegenstelling tot de opstelling uit mijn jeugd, ben ik tegenwoordig voor openheid. Iedere baby moet DNA afstaan, vingerafdrukken en irisgegevens beschikbaar stellen. Vervolgens moeten zij tot nette kinderen worden opgevoed en moet ervoor worden gezorgd dat ze niets merken van deze vrijgevigheid. Gespuis dat toch iets uithaalt, kan zo direct worden ingerekend, omdat ze heel snel kunnen worden geïdentificeerd. Zo wordt onze privacy optimaal beschermd.
Fred Fontijn
|