|
In het restaurant waar ik zat, wachtend op de ober die mijn bestelling ging opnemen, keek ik eens nieuwsgierig om me heen. Nieuwsgierigheid is één van mijn belangrijkste deugden. Zonder deze positieve eigenschap kom je niet verder in het leven. Tenslotte is ‘leren’ ook een vorm daarvan, bezit je deze gave niet dan leer je een stuk minder. Maar dit terzijde. Het was er een gezellige drukte, jong en oud zaten verspreid, maar ook bij elkaar aan tafel. Een echt gezellige wirwar van allerlei soorten mensen. Familie die iets te vieren had, een verliefd stelletje dat niet merkte dat er anderen waren, een wat bedaagd stel, dat zwijgend en in zichzelf gekeerd zat te eten en ook nog een snorremans.
De uitdrukking ‘snorremans’ gebruik ik uitsluitend voor mannen met een opvallende snor. Zo één die bijvoorbeeld aan de uiteinden enorm krult of zoals degene die me nu opviel, een snor die onder de neus begint – tja waar moet zo’n dot haar anders beginnen – en sierlijk over kaak en wangen helemaal tot aan de oren reikt. Een imposant geval was het zeker. In een wereld waar je zonder tattoo of andere versierselen als piercings en dergelijke nauwelijks meetelt, blijft zo’n ouderwetse snor toch nog steeds een lichaamsversiering die opvalt en al snel tot een glimlach leidt.
Aan de ober gaf ik mijn bestelling op, maar vroeg me ondertussen af welk type man zich achter deze snor verstopte. Vaak kun je dat wel aan kleding en hoofd zien. Zeemannen met een rooie kop van het buitenleven, pik je er makkelijk uit. Deze had niets speciaals, niet iets dat ik thuis kon brengen. Heel gewoon, ook de rest van zijn tafelgenoten, gaven me geen aanwijzing. Zijn vrouw, schatte ik, dochter en aanstaande schoonzoon. Heel gewoon allemaal, eigenlijk zo gewoon, dat je verwachtte dat ze zich een beetje opgelaten moesten voelen, met snorremans. Maar nee, ze gedroegen zich opvallend onopvallend.
De politieman van het verkeerspark in Assen, heeft ook zo’n opvallende snor en ondanks dat hij geen zeeman is, heeft hij wel een rooie kop. Kom je die in burger tegen in een restaurant, dan kan je duidelijk zien dat hij een baan heeft waarbij de snor nodig is. Iets wat meestal het geval is, want bij dweilorkestjes bijvoorbeeld, en dan vooral de wasbord bespeler, kom je ook nogal eens snorremansen tegen. Bij deze kon ik het niet inschatten. Zelfs ijdelheid, wat bij dit slag mensen in hoge mate aanwezig moet zijn, kon ik zo één, twee drie niet ontdekken.
De ober bracht mijn eten, met tegenzin zette ik mijn tanden erin. Het smaakte me niet. Met zoveel vraagtekens, zat ik daar niet snor. Fred Fontijn
|