|
In Amsterdam reis je makkelijker per openbaarvervoer dan met de auto, trams en bussen brengen de passagiers zonder veel oponthoud, naar hun bestemming. De multiculturele bevolking van de stad en dan vooral door de berichtgeving hierover zorgt voor enige spanning bij het instappen van een tram, zeker wanneer je dan ook nog een koffer en een grote tas onder je arm hebt. Kort geleden ging ik samen met mijn zuster, ook zij was bepakt en bezakt met lijn 9 en die was vrij vol. Alle zitplaatsen waren bezet. De trambestuurder houdt geen rekening met de passagiers, die hun handen niet vrij hebben om zich ergens aan vast te pakken. Het eerste rechte stuk ging alles nog goed, maar de bocht, even verderop, zagen we niet aan komen, terwijl we voorzichtig manoeuvrerend onze weg naar het voorste deel van de tram zochten. Verontschuldigend lachend naar iedereen die we passeerden. Maar plotseling remmen, deed mijn zus toch wel zo uit haar evenwicht raken, dat ze een kennelijk ‘buitenlandse’ jonge man, een klap in z’n gezicht gaf. Per ongeluk, niet expres maar het kwam wel aan. ‘Nu hebben we de poppen aan het dansen’, dacht ik en zag in gedachten al een mes te voorschijn komen. ‘Verzin een list’, was mijn volgende gedachte. Op het zelfde moment, flapte ik er tegen mijn wat ongelukkig kijkende zuster uit: ‘Kun je nu ook je handen al niet van jonge mannen afhouden?’ De jongen kon daar wel om lachen.
Het gebeuren was een zittend meisje met een hoofddoekje om niet ontgaan. Ze zag dat we het moeilijk hadden met onze ‘zware bepakking’. Ze keek me aan en vroeg: ‘Wilt u hier misschien zitten meneer?’ Terwijl mij toch regelmatig werd verteld, dat dit soort aanbiedingen, tegenwoordig niet meer gebruikelijk was. Dit meisje deed het dus wel. Verderop zag ik een leeg plekje, bedankte haar voor het aanbod en wankelde verder. Naast een Turks of Marokaans jongetje van een jaar of twaalf, plofte ik neer en vroeg hem of hij zo last van me had met al die bagage. ‘Nee meneer’, klonk het beleefd naast me. Hij sprak met twee woorden.
Drie positieve ervaringen in één Amsterdams tramritje, mijn zus die in hartje Amsterdam woont, beaamde dit. Ook vertelde ze, dat alleen de narigheid in de krant komt, zij was helemaal niet zo negatief. In Midden-Drenthe, zullen we niet zo snel geconfronteerd worden met dergelijke ‘buitenlandse’ overlast. Die dus eigenlijk ook wel weer meevalt. Wanneer u naar Amsterdam gaat, zet de auto onder de ‘Arena’ of het ‘Olympisch stadion’ en ga verder met het openbaar vervoer, dan maak je nog eens wat mee! Fred Fontijn
|