|
Kinderen krijgen lijkt tegenwoordig vrijblijvender dan vroeger. Uit mijn jeugd - opa vertelt - herinner ik me dat ouders de volledige verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen namen. Moeders thuis thuis wanneer de kinderen uit school kwamen. Waren ze er niet, dan wisten de kinderen precies waar ze naar toe moesten. Oma, tante of buurvrouw waren de mogelijke alternatieven. Moeders werkten toen soms ook wel, ze maakten ’s avonds kantoren of scholen schoon of deden ‘thuiswerk’, maar na het krijgen van kinderen was het werk op atelier, winkel of kantoor meestal wel voorbij en werden ze ‘huisvrouw’.
Toen beseften we ons niet, dat vrouwen zich zo onvoldoende konden ontplooien. We wisten niet beter. De enkele moeder die zich toch aan de norm onttrok werd niet voor vol aangezien, ze was een ontaarde moeder. Gelukkig is dat veranderd en kunnen vrouwen, als ze willen, gewoon aan de maatschappelijke ‘rat race’ meedoen. Momenteel hoeven we ons alleen maar druk te maken, dat er te weinig vrouwen aan de ‘top’ staan. Iets met een ‘glazenplafond’ of zo.
Die groei is met horten en stoten gekomen. Vooral de emancipatie beweging in de jaren zestig heeft er toe bijgedragen dat de rol van man en vrouw evenwichtiger is geworden. Kinderen die na die tijd geboren werden, kregen minder aandacht van hun moeder. Moeders gingen na de bevalling weer gewoon door met hun carrière, om centjes te verdienen waarmee vakanties en allerlei andere aangename dingen konden worden ondernemen, voor het hele gezin. Bij deze aangenaamheden hoorden ook het verenigingsleven van de kinders. Ze mochten/moesten overal lid van worden, het liefst van iets waarmee ze een dagdeel in het weekend bezig waren, zodat pa en ma er samen op uit konden trekken. Verenigingen werden oppascentrales, de voorloper van de kinderopvang.
Het was heel moeilijk om begeleiders te vinden, want ouders wilden hun kinderen simpelweg ‘droppen’ bij de clubs en er verder niks meer mee te maken hebben, tenslotte betaalden ze contributie, dat was voldoende. Ruim voor de afgesproken tijd, werden de ‘stakkertjes’ uit de auto gezet en uren na afloop weer eens opgehaald. Voor de taken die een vereniging draaiende houden, waren deze ouders niet aanspreekbaar. Veel te lastig en trouwens ze hadden door de week al zoveel verplichtingen.
Het kan nog erger, blijkt. Niet zo lang geleden hoorde ik op de radio het bericht, dat ouders geld kunnen aanvragen, waarmee ze kinderopvang kunnen betalen voor tijdens hun vakantie. Deze Rijksbijdrage gaat waarschijnlijk rechtstreeks naar al die opa’s en oma’s, die hiermee hun ‘ontoereikende’ pensioen aan kunnen vullen. Zolang ik hier niet van profiteer, stel ik me asociaal op: ‘Ik ben hier tegen’. Voortschrijdend inzicht kan op termijn mijn mening wellicht nog doen veranderen.
Fred Fontijn
|
|