Fontijn & Partners
Over Fred Fontijn
Fontijn & Partners
Colums
Blog
Contact
Inleiding
Jaarlijks wordt er in huize Fontijn een keus gemaakt uit het brede theateraanbod dat ons toegestuurd wordt. Geert Teis is sinds een aantal jaren ons favoriete theater en we gaan er telkens met veel plezier naar toe. Of het nu toneel, cabaret of muziek is, de sfeer is altijd beter dan we gewend waren in De Kolk, maar daar schreef ik al eens over. Deze maand gaan we naar de laatste voorstelling van dit seizoen en vorige week zagen we ‘De pianist’, een toneelbewerking van een waar gebeurd verhaal over het oorlogsverleden van een joodse pianist in Polen.

Van het boek werd al een Oscarwinnende film gemaakt. Erik de Vries, die dit stuk bewerkte voor toneel, ontving hiervoor ook jubelende kritieken. Hij vertelt het verhaal, begeleid door twee elkaar per voorstelling afwisselende pianisten. Enkele weken voor de voorstelling, ontvingen wij een brief van het theater, dat er voorafgaand aan de voorstelling een inleiding zou worden gegeven en dat we daarbij welkom waren. Dat vond ik geen bemoedigend bericht, mijn zin om naar de voorstelling te gaan werd er door getemperd. Het waarom volgt nu.

Een aantal jaren geleden schreven wij in voor een toneelvoorstelling genaamd ‘De tweeling’. Dat was in De Kolk, waar per toneelvoorstelling bijna nooit meer dan een rij of vijf bezet was. Mevrouw Fontijn had het boek van Tessa de Loo gelezen en was daarvan zo onder de indruk, dat zij het toneelstuk ook wel wilde zien. Een paar maanden na inschrijving, bleek dat dit boek bij de literatuurclubs op de lijst stond. De organisatie daarvan vond dit een mooie gelegenheid om haar leden, in hoofdzaak vrouwen, een gereduceerd toegangskaartje hiervoor aan te bieden. Tevens zou de regisseuse voor het stuk een inleiding geven.

Toen ik de zaal binnenstapte, zonk mij de moed in de schoenen. Het aantal mannen voldeed aan het aantal dat normaal was bij toneelvoorstellingen, ongeveer twintig, alle andere aanwezigen waren vrouwen, zo’n driehondertachtig. De inleidster vertelde hoe ik naar het stuk moest kijken en wat haar achterliggende gedachte was geweest tijdens de voorbereidingen. Alsof ik met mijn lagereschool klas voor het eerst van mijn leven naar een toneelvoorstelling ging kijken, zo voelde ik mij. Tijdens de voorstelling overstemden de knisperende snoepzakjes regelmatig de acteurs en ik meen ook dat een dame op de derde rij zo nodig naar toilet moest, dat ze zich nog tijdens de voorstelling de rij uitwurmde. ‘De tweeling’ bekoorde mij niet kan ik verzekeren en misschien lag dat niet eens aan het stuk.

Begrijpt u mijn vrees, nu er weer een toneelstuk met inleiding aan mij werd voorgeschoteld? Ik sloeg deze dus over, maar vol was het wel. Al is dat normaal in Stadskanaal. Mijn wens nu is, dat theatermakers in het vervolg hun stukken zo duidelijk maken, dat die niet vooraf hoeven te worden uitgelegd en waarbij ik mijn eigen fantasie mag gebruiken. Eigenlijk weer net als vroeger.

Fred Fontijn
 
Home