Fontijn & Partners
Over Fred Fontijn
Fontijn & Partners
Colums
Blog
Contact
Tutty-Frutty
Een paar weken geleden op een zondagmiddag hoorde ik Egbert Meijers op radio Drenthe, in een vrolijk gesprek met een vrouw. Een programma waar min of meer bekende persoonlijkheden over hun leven vertellen. Wie de gast van Egbert, was daar kwam ik niet achter. Het moet een aantrekkelijke vrouw geweest zijn, want Egbert lachte net iets te vaak. Mannen reageren daar nu eenmaal vaak wat lacherig op, hormonen, denk ik dan maar. Ik betrap mezelf er ook wel eens op.

Voordat zo’n gesprek plaatsvindt, wordt er gevraagd of je een muziekkeus wilt maken. Met deze muziek wordt het gesprek dan een paar keer onderbroken. De diepere gedachte daarachter is, dat die muziek wat over het karakter van de gast zegt. Het karakter van de onbekende dame was een beetje tam. Dire Straits, Van Morrison, de anderen weet ik niet meer, maar wel een heel veilige keus. Egbert was er dan ook mee in zijn nopjes, schatte ik in. Het inspireerde hem tot de verrassende vraag: ‘Waaraan kun je nu eigenlijk herkennen dat mooie muziek mooi is’. Hier haakte ik af, die vraag stoorde me en ik wilde het antwoord niet eens weten. Misschien is het ook wel nooit gekomen, want dit is een vraag waarop je nauwelijks een antwoord kunt geven.

Mooie muziek die ook nog eens mooi is, vind ik vaak helemaal niks. Daar komt nog bij, dat muziek heel persoonlijks is. De vraag van Egbert, zette me wel aan het denken. Ik kan makkelijker argumenten bedenken waarom ik liedjes niet mooi vind, dan argumenten waarom ik iets wél mooi vind. Toen bedacht ik hoe ik een beetje duidelijk kan maken wat voor mij mooi is. Ik schrijf hier het refrein op van mijn mooiste liedje, dan begrijpt u onmiddellijk wat ik bedoel:

Tutty frutty oh rutty
Tutty frutty oh rutty
Tutty frutty oh rutty
Tutty frutty oh rutty
Tutty frutty oh rutty
A-wop-bop-a-loo-wop-a-wop-bam-boom

Dit liedje werd in de jaren vijftig door Little Richard geschreven, schitterend. Veel zangers zetten het op hun repertoire, zoals Elvis Presley en zelfs Pat Boone. Deze laatste verdacht ik ervan dat hij voor de twee laatste woorden van het refrein zijn eigen naam zong. Zo mogen van mij liedjes geschreven worden, en niet zoals die Acda en de Munnik het doen: teksten vol met metaforen en ander literair gedoe. Dat is nergens voor nodig. Als ze gedichten willen schrijven, laat ze dat dan doen. Mooi boekje van maken en het komt bij het juiste publiek terecht.

Egbert Meijers is het daar waarschijnlijk niet mee eens, geeft niet: vrijheid blijheid. Muziek, het geeft veel mensen vreugde en iedereen mag een eigen smaak hebben, alsjeblieft wel. Simpele liedjes, ik hoor ze tegenwoordig gelukkig nog steeds.

Fred Fontijn
 
Home