|
Als lezer zult u denken: ‘Is er nog wel iets nieuws toe te voegen aan de discussie, die de toespraak van Maxima te weeg bracht?’Want daar gaat deze column over. Of mijn mening nieuw is of niet weet ik niet. Maar nadat ik de zaterdagse Volkskrant had gelezen, waar bijna op iedere pagina wel iets over deze toespraak te lezen viel, zat mijn hoofd er zo vol mee, dat ik niet anders kon, dan er mijn mening aan toe te voegen. Eerst maar een schot voor de boeg: ‘Ik ben het oneens met onze a.s. koningin’. De Nederlander heeft wel degelijk een eigen identiteit, je pikt ze er overal tussenuit.
Wandelend door buitenlandse straatjes of boulevards, tijdens vakanties kon ik al uit de verte ‘waarschuwen’ voor Nederlanders, die in aantocht waren. Het was helemaal niet nodig ze te horen, zonder dat pikte je ze er al tussen uit. Ook buitenlandse kooplieden op markten zagen zonder aarzeling wat voor vlees ze in de kuip hadden. Hoe vaak worden Nederlanders bij een kraam niet verwelkomd met de woorden: ‘Kijken, kijken, niet kopen!’ Nederlanders, je pikt ze er zo uit, dat is helemaal geen kunst, daar hoeft geen koekje aan te pas te komen.
Misschien gaat het zelfs nog wel verder. Volgens mij zal menig inwoner van Drenthe op de vraag of hij of zij zich Nederlander voelt als antwoord geven: ‘Nee ik ben een Drent!’ Ik niet natuurlijk want ik zal, tegen wil en dank altijd wel een ‘Amsterdammer’ blijven. Terwijl ik dat lang niet altijd als een compliment beschouw, want voor die ‘echte Amsterdammers’ kon ik mij vroeger op de camping af en toe schamen. Dat luidruchtige gedoe, daar houd ik niet van, maar sommige ‘Nederlanders’ kunnen daar ook wat van!
Terug nu naar de redevoering van Maxima. Ik hoorde deze voor het eerst via de autoradio, vlak nadat zij deze had uitgesproken en voordat er zoveel kabaal over was uitgebroken. Het bracht een glimlach rond mijn lippen en vond de redenering wel komisch en herkenbaar. Omdat ik er nog niet over had kunnen nadenken, liet ik het daar ook bij. Voor of tegen was voor mij niet zo van belang, het was de mening van iemand en dat is dan genoeg. De ophef die er later over ontstond, verbaasde mij en nu nog steeds.
Intussen vraag ik me af of de motieven van degene die deze discussie aanwakkeren, wel oprecht zijn. Hoe belangrijk is het eigenlijk om een ‘eigen’identiteit te hebben. Zoals ik hiervoor al schetste komt het voor dat ik die van mij het liefst verstop en even zo vaak ben ik er ook weer stiekem trots op. Een paar weken geleden toen ik mijn vrienden uit het westen hier rond reed en hen maar steeds hoorde zeggen hoe mooi het hier is. Was ik daarover zo trots als een pauw en waren mijn Amsterdamse ‘roots’ helemaal vergeten. Ik had mij, voor dat moment, een ‘Smildeger’ identiteit aangemeten!
Fred Fontijn
|
|